maandag 21 maart 2016

HIT: het grote loslaten voor ouders

Het Paasweekend staat weer voor de deur. In de Nederlandse scoutingwereld betekent dat HIT: Hike Interesse Trapperskampen. Mijn dochter en zoon gaan er beiden naar toe. Maar eigenlijk is dit het begin van het grote loslaten voor ouders. Ervoor zorgen dat ze hun eigen pad gaan bewandelen en hun eigen avonturen gaan beleven.

Mijn dochter gaat al voor de derde keer op HIT. Ze is pas 9, maar HIT hoort er voor haar als scoutingactiviteit helemaal bij. Mijn zoon heeft vorig jaar een Bever HIT gedaan, met één nachtje slapen op het zelfde terrein als zijn grote zus. Dat ging wel. Dit jaar is hij niet overdreven enthousiast.

Waarom HIT toch gewoon loslaten van je kinderen is, is omdat het toch weer even anders werkt dan een zomerkamp.
Een heel jaar trekken leiding en dezelfde groep kinderen met elkaar op. Ze doen leuke activiteiten op zaterdag en oefenen tussendoor nog eens in een weekendkampje. Het hoogtepunt van het jaar is dan het zomerkamp, waar je als ouder van tevoren over bent ingelicht, misschien zelfs wel via een ouderavond. De staf is dan voorgesteld, je hebt een foto van het terrein gezien en misschien zelfs instructies meegekregen over een thema.
Je hoopt dat de leiding goed voor je kind zal zorgen als je hem aan het begin van de week brengt en na afloop zit-ie vol verhalen, is de was groot en je kind moe.

De HIT is anders. In december is er een boekje op een site, daar kun je een keuze maken uit een kamp dat in 50 woorden omschreven staat. Je weet wat het kost, waar het ongeveer is en dat is het. Je hebt geen idee waar ze slapen, wie de leiding is, hoe het programma eruit ziet en met welke andere kinderen ze op kamp gaan.
Je hoort dat het leuk is van andere ouders of de leiding draait het riedeltje af als de promotie begint en denkt: "het zal wel".
De allereerste keer dat ik mijn dochter bracht, was ik ook reuze nieuwsgierig. Als jeugdlid had ik zelf nooit meegedaan aan de HIT, dus wist ik ook niet wat er ging gebeuren.
Maar toen ik aankwam in Dwingeloo zag het er allemaal zeer georganiseerd uit. De leiding had een pro-actieve houding naar de kinderen, overal was thema. Het was duidelijk waar er gegeten moest worden, waar er werd gekookt. Het zag er gezellig uit met een vuurtje, slingers en op de 30 kinderen waren er geloof ik 8 man begeleiding. Ruim voorzien zeg maar.

Ook vorig jaar in Mook was het zowel bij de bevers als bij de welpen strak georganiseerd. Er stond een leidingteam dat goed op elkaar was ingespeeld, ook al kwamen ze van ver, het thema was tot in de puntjes uitgewerkt en waar ze moesten slapen was duidelijk, toen ik ze bracht.
Mijn dochter had overigens toen nog even een dikke dip, door slaaptekort, waardoor ze de laatste avond zeer vroeg in bed lag. Ik hoop dat dat nu beter gaat.
Mijn zoon gaat dit jaar naar een onbekend terrein, in Harderwijk. Wel met zijn neef, maar doordat hij het niet echt weet wat hij zal aantreffen, vindt hij het spannend en is-ie er nog niet zo enthousiast over.
Misschien een tip voor de leiding: voorpret is ook belangrijk.
Mijn dochter rijdt nu met een andere ouders mee naar Mook. Dus daar begint het loslaten al dichtbij. Maar ik heb er veel vertrouwen in dat ze een leuk lang weekend gaat krijgen.
Mijn zoon breng ik zelf weg. Die heeft nog wat meer steun nodig. En dat is dan wel lastig. Ik hoop zo dat hij het leuk gaat vinden, gewoon omdat zo'n weekendkamp supergaaf is, je leert weer andere dingen, andere kinderen en andere leiding. Maar ik heb er vertrouwen in, loslaten hoort erbij.

zaterdag 20 februari 2016

Een scout ben je niet alleen

Welpen maken plezier met elkaar tijdens een regionale activiteit

Iedere zaterdag gaan mijn kinderen met veel plezier naar scouting. En iedere week staat de welpenleiding weer enthousiast klaar om met ze over het heideveld heen te sjouwen, spelletjes te doen, van een hapje en een drankje te voorzien en natuurlijk ook nog om mee te stoeien. Vooral het laatste vindt mijn zoon toch ook wel erg leuk.

Maar als je goed kijkt, luistert en doorvraagt, dan zit er veel meer achter. De horde wordt in kleine groepjes verdeeld en eentje mag de leider spelen. Soms wordt er aan een vaardigheidsinsigne gewerkt, zodat mama die weer mooi op de scoutfit mag naaien. En zeker ook leren ze door te doen, door speurtochten te lopen, door vuur te maken, door te mini-pionieren of een knopenbord te maken.


Een van de 7 onderdelen
van de doorlopende leerlijn
Omdat ik al wat langer binnen scouting rondloop, kan ik het ook benoemen. Binnen Scouting Nederland heb je een doorlopende leerlijn. Van bevers tot en met de explorers of zelfs roverscouts komen activiteiten terug, die je alleen steeds meer op je eigen niveau gaat doen. Er is overal een wet en belofte. De kinderen hebben ook een belangrijke stem, die belangrijker wordt naarmate ze ouder worden. En hoe ouder, hoe zelfstandiger.

Internationaal is één
van de activiteitengebieden
En waar het op school om rekenen, lezen en taal gaat, gaat het bij scouting om 8 activiteitengebieden: sport&spel, veilig&gezond, uitdagende scoutingtechnieken, samenleving, identiteit, buitenleven, expressie en internationaal. En aangezien de leiding geen docenten zijn, gaat het om niet-formeel leren, maar spelenderwijs. Nadoen van de leiding, of de oudste in de speltak, via een spelletje of soms zelfs door het zelf uit te zoeken.

Vraag het eens na bij de leiding of ze weten van de doorlopende leerlijn en of ze de activiteitengebieden wel eens gebruiken bij het maken van hun programma.

"Internationaal" als activiteit en kijk eens buiten je "leefwereld" staan niet voor niets op het lijstje van scouts. 

22 februari: Denkdag, World Thinking Day, BP dag of Foundersday

Scouts hechten nogal veel waarde aan tradities. Dat zie je terug bij de opening en de installatie, waarbij respectievelijk de wet en de belofte terugkomen. 
“Jullie kunnen op me rekenen”, beloof je als scout, ongeacht hoe oud je bent.

De grondlegger hiervan was Lord Robert Baden-Powell. En op zijn verjaardag, 22 februari, is het aardig om eens te bekijken welke goede waarde hij scouting, voor jongens en meisjes, heeft meegegeven.

De mooiste vind ik persoonlijk dat hij zei dat de enige manier om gelukkig te zijn is om andere mensen gelukkig te maken. Dienstbaarheid naar elkaar, of gewoon vriendelijk zijn. Een glimlach helpt al zoveel.

Vorige week was ik op wintersport met 10 scouts, WintUHrkamp noemden we het. En het was zo vanzelfsprekend om elkaar te helpen bij het inpakken, uitpakken, afwassen, boodschappen doen, koken, en natuurlijk ook bier en glühwein halen. We hadden zoveel plezier met elkaar, terwijl de meesten elkaar aan het begin helemaal niet goed kenden. Mijn “hapiness” haal ik dan ook uit om zo’n week voor anderen te organiseren en te zien dat iedereen het naar zijn zin heeft.

Meer dan 40 miljoen scouts wereldwijd

Op dit moment zijn er meer dan 40 miljoen jongens en meiden lid van scouting. Lid van een club waarbij het niet gaat om geloof, politiek, seksuele geaardheid, man of vrouw, maar om jonge mensen te begeleiden in zelfbewustzijn, om dienstbaar te zijn aan de maatschappij, om vriendschappen te sluiten over de hele wereld, zodat vrede vanzelfsprekend is.

De wereldorganisatie voor de meiden bij scouting, de WAGGGS, heeft dit jaar ook als slogan #Connect10million. Zo mooi, ook in deze tijd van oorlog en vluchtelingen. Want met je vrienden maak je geen oorlog, maar heb je plezier.

En ook al is BP in 1941 overleden, het is goed om eens per jaar stil te staan bij wat hij ons heeft nagelaten, wat hij in beweging heeft gezet. En ook al gaat scouting net zo goed weer met de tijd mee en verandert de beweging continu, 22 februari is en blijft zijn verjaardag.


Happy Birthday BP!

vrijdag 22 januari 2016

Gangstrandvoetbal is de nieuwste rage

"Kom, zullen we weer gangstrandvoetbal gaan doen?" De kids hebben amber hun toetje op, of de trui gaat uit, de lange broek voor een korte verwisseld, de gang wordt ontruimd van jassen en tassen en ze gaan beginnen.

Ik ben verbaasd. Over hun energie die ze na het eten meteen weer hebben, terwijl ik vecht tegen de after-dinner-dip en blij ben dat het spitsuur weer voorbij is.
Over hun creativiteit om met niets, of toch zeer weinig, heerlijk met elkaar fanatiek te kunnen spelen. Een bal, een gang van 5 meter lang en 90 cm breed, een plakbandje op de muur voor "het doel". De spelregels zijn voor hunzelf vanzelfsprekend duidelijk.

Ondertussen gieren ze het uit. Regelmatig afgewisseld met een "au", want het eenvoudige spelletje voetbal in de smalle gang lijkt soms ook op rugby. De score wordt ook fanatiek bijgehouden en af en toe mogen ze van elkaar een penalty schieten. Het duurt bij elkaar zeker een half uur.

De aanleiding voor dit gekke spelletje is overigens minder aardig. Het is een strandbal die we van de medewerker van de ANWB wegenwacht hebben gekregen toen we op zondagmorgen, op weg naar een dagje Snowworld, midden op de A12 panne kregen met de auto. Zeer behulpzaam, snel en kindvriendelijk werden we geholpen, waarbij zoonlief in de ANWB auto mee mocht rijden en ze na afloop allebei een pretpakketje kregen.

Binnenspelletjes in de winter

Het regent, het giet, het is koud en ook al worden de dagen weer langer, na het eten is het hartstikke donker. Waar de kids zomers de straat op rennen, verzinnen ze in de winter ook gewoon weer binnenspelletjes, waar ze toch weer veel bij kunnen bewegen.

Vanavond zelfs nog. We moesten stoeien. Nu ben ik niet zo'n stoeimoeder, maar af en toe ontkom je er niet aan. Opnieuw de meubels aan de kant, de dekens op de grond en ik moest komen. Gegiechel en gegier als je ze probeert te pakken met een gekke bek. Mijn favoriete spelletje is toch vliegtuigje spelen. Ik lig op de grond en de kinderen balanceren met hun heupen op mijn voeten. Al vanaf kleins af aan deden we dat al en nu met een dikke 30 kg per kind kan het nog steeds.

De verleiding van de tv, de tablet en de pc lokken, maar gelukkig verzinnen ze gewoon zelf grappige spelletjes waar ze hun energie kwijt kunnen. Je moet er alleen een beetje relaxed voor zijn, want die woonkamer en die gang... na afloop ruimen we die met zijn allen weer op.

PS de auto werd het laatste stuk naar huis gesleept. Iets met sensoren stuk, maar het is weer gemaakt.

donderdag 10 december 2015

Vrijwilligers zijn onbetaalbaar




"Harder, harder." De autoband aan een touw vliegt op en neer. In een niet te volgen ritme vliegen drie kinderen op en neer. Tot er eentje roept: "Stoooooooop, ik wil eraaaaf." Het gaat iets te ruig.

Het is een simpel speeltoestel: drie palen met touwen ertussen waar die drie autobanden aan hangen. Kinderen leren er hun evenwicht houden (eerst voorzichtig zitten, later staan), leren hun grenzen kennen (want hoe hard kan het nu echt) en rekening met elkaar houden (je moet alle drie stoppen als er eentje af wil). Wat een mooie vaardigheden leer je in deze speeltuin.

Die speeltuin is een goed verborgen geheim in onze wijk. Tussen twee straten, naast een kerk, met een toegangshek dat 's avonds op slot gaat.

Een paar jaar geleden hield de speeltuinvereniging ermee op. We hadden hier diverse verenigingen in Amersfoort, maar niemand wilde meer in het bestuur van deze vereniging. De speeltuin zag er ook niet uit.

Maar zoals dat gaat met vrijwilligers, er komen pas nieuwe als anderen plaatsmaken. En zo ook stonden er toen een paar ouders op met kinderen in de leeftijd die heel graag naar een speeltuin zouden willen gaan.
Een mooie constructie met een grote speeltuin-broer werd er gevonden, zodat de gemeente het sein weer op groen kon zetten, de veiligheid van de speeltuin gewaarborgd werd en er ook enige financiële bronnen aangeboord konden worden.

De speeltuin is een plek, waar de bewoners elkaar een paar keer per jaar vinden, waar de kinderen onbezorgd kunnen ravotten, in één boom klimmen, in een anderhalve meter hoog net kunnen klauteren, waar ze in een huisje een tea party kunnen houden of uitgebreid kingen op het stukje betonnen vloer dat nog een restant is uit de oude speeltuin.

Ik ben niet een van de ouders die is opgestaan. En daarover kun je je soms best schuldig voelen. Want ik weet hoeveel werk het is om ergens vrijwilliger te zijn. Bijna tegen het professionele aan moeten mijn buurtbewoners weten wat de veiligheidseisen zijn, waar de beste bouwmaterialen te koop zijn en bij wie je moet zijn om fondsen te werven.
En als er dan een opruimdag is, dan probeer ik toch mijn steentje bij te dragen om maar wel mijn betrokkenheid te laten zien.
"Want ik vind dat ze gewoon supergoed werk doen"
Het is voor kinderen, en ook voor kleine kinderen, zo belangrijk dat ze lekker, en veilig, buiten kunnen spelen. Zo leren ze wat ze allemaal al kunnen, worden ze lekker vies van zand en modder en hebben ze gewoon heel veel plezier met elkaar.
7 december was het in Nederland de Dag van de vrijwilliger. Het waarderen moet je alleen wel het hele jaar doen. Dus ouders:
"Bedankt dat jullie dit doen, iedere dag weer."

vrijdag 30 oktober 2015

Buitenspelen is de normaalste zaak van de wereld ... in de zomer

Van april tot en met de herfstvakantie is het na half zeven 's avonds een drukte van de belang bij mij in de straat. Skaten, steppen, of kingen. Zelfs voetballen is mogelijk tussen een muurtje en een blok met garages. Verder is het weinig soeps in de straat. Eenrichtingsverkeer, dat is wel fijn. Maar veel huizen, smalle stoep, geparkeerde auto's. Een mooie vooroorlogse wijk dus, met heel veel kinderen.

Voor buitenspelen hebben kinderen eigenlijk dus weinig nodig. Het grootste speelobject van de straat is het trappetje met hellingbaan dat naar een kerk leidt, waar het alleen op zondag druk is. Daar kun je zo hard mogelijk met de step vanaf, of skatend, of fietsend.

De kinderschare is iedere dag anders. De leeftijden lopen uiteen van 5 tot een jaar of 12. Rond zeven uur worden de kleintjes naar binnen geroepen, dan om half acht de tweede ronde en rond acht uur de laatste.

Zomers gaat het buitenspelen dus wel goed.
Maar wat moet je doen als het vroeg donker is?
Ik vraag altijd bij de BSO of ze nog lekker buiten hebben gespeeld. En bij mooi weer is dat ook vaak het geval. Mijn jongste zoon van zeven mag al zelfstandig op het plein bij de BSO spelen. Mijn oudste loopt eigenlijk heel vaak buiten bij de BSO, het plein bij haar schoolgebouw is ook helemaal ingericht op de bovenbouw. Ze komen vaak lekker vies thuis. Ik vind het prima. De wasmachine doet zijn werk wel.

Maar wat ik echt vreselijk vind, is als het regent, sneeuwt of gewoon koud is buiten. 
Als echt buitenmens kan ik me prima kleden op slechte weersomstandigheden. En dat doe ik bij mijn kinderen dus ook. Regenpakken hebben we in Zweden ingeslagen deze zomer, hippe regenlaarzen kochten we in Noorwegen. De skibroeken liggen voor het grijpen en ook snowboots heb ik graag klaar staan.

En als ik dan kom bij de BSO in de winter en ik vraag: hebben ze lekker buiten gespeeld? dan krijg ik vaak het antwoord dat het maar tien minuten geduurd heeft, omdat de kinderen het koud kregen. Niet die van mij, nee, die was wel voorbereid met dikke jas, handschoenen, muts en goede schoenen.

Omdat ik het gedrag van ouders zelf niet kan wijzigen, moet ik er dus wel op letten dat mijn kids op de niet-BSO dagen zelf lekker buiten spelen. Moeilijk... want hoe ouder ze worden, hoe meer de televisie en tablet lonken.
Maar als ze eenmaal buiten zijn, ach, dan vinden ze de buurkinderen en dan zie ik ze de hele middag niet.

zondag 4 oktober 2015

Over PL's en APL's en over gidsen en helpers

 Een blog over hoe scouting je vormt in je leiderschapstalent

"Jij moet naar de speluitleg, want jij bent PL!" 
Ik kan me nog goed een kamp herinneren, toen ik zelf scout was, en dus PL, en mijn patrouille op sleeptouw nam tijdens de regionale scoutingwedstrijden op de Paltz in Soestduinen. Ik was wel een goede PL, initiatiefrijk, slim, voortvarend en we lagen goed om schema. Het afwassen liet ik over aan de APL, want ik vond dat ik niet continu bezig moest zijn. Daar ging het een beetje mis, want bij de nachtinspectie bleek het niet helemaal opgeruimd en schoon te zijn. Uiteindelijk eindigden we toch nog hartstikke hoog in de ranglijst en trakteerde de leiding ons op taart, omdat we bij de eerste tien waren geëindigd.
De APL die me toen in de steek liet, is overigens nu een van mijn beste vrienden.

Met een anekdote uit mijn eigen scoutinggeschiedenis wil ik laten zien wat leiderschap binnen scouting betekent. Dat het idee van dat kinderen, naarmate ze ouder worden, ook steeds zelfstandiger worden. Leiderschapskwaliteiten, niet alleen van de leiding, maar ook van de jeugdleden, worden spelenderwijs gestimuleerd.


Insigne voor de gids
Insigne voor de helper
Bij de welpen begint het al als de groep in nesten wordt verdeeld. Ieder nest bestaat uit 5 of 6 kinderen, krijgt een kleur, een hoek van het lokaal, en een gids en een helper. De gids is de "leider" van het groepje. Kinderen tussen de 7 en de 11 krijgen al de kans om te laten zien wat ze in huis hebben. Vaak is het de oudste die gids of helper is, soms ligt het anders. Gidsen en helpers mogen ook een mooie badge op hun scoutfit.

Maar even terug naar PL. PL is de afkorting vroeger van patrouilleleider, tegenwoordig ploegleider. Ploegen bestaan uit 5 tot 7 kinderen. PL, of Assistent PL, is een titel bij de scouts, kinderen van 11 t/m 15 jaar oud. De PL mag twee linten op zijn linkerborstzak dragen om te laten zien dat je PL bent. Een heel jaar lang ben je PL, word je door de leiding verantwoordelijk gesteld voor je groepje, mag je soms iets extra's doen, moet je naar de speluitleg, maar wordt je vooral door de rest geaccepteerd als leider van de ploeg. Best bijzonder eigenlijk voor pubers die zichzelf aan het ontdekken zijn, maar dit systeem werkt al vanaf het allereerste begin. Zoveel veranderen kinderen niet in de tijd.

Bij scouting gaat het dus gewoon om kinderen. Kinderen die oefenen met leider te zijn. De leiding moet ze daarbij wel helpen. En omdat niet iedere leiding, vrij weinig zelfs, gediplomeerde trainers of leraar zijn, biedt scouting zelf een helpende hand, in de vorm van trainingen voor leiding. Dit wordt de Scouting Academy genoemd, die een (jonge) vrijwilligers helpt de competenties op te doen die ze nodig hebben om leiding te zijn. Daarnaast worden er verdiepende trainingen aangeboden.

Laatst was ik tijdens een groot scoutingevenement bij een training: teambuilding werd die genoemd. Dat klonk leuk, want je leert er altijd wat van. Maar wat me met name bij is gebleven, is hoe de vrijwillige trainers van Scouting, alle theorieën van Belbin, MBTI, Insights, kleuren en denkhoeden op een hoop hadden gegooid en tot vier typen waren uitgekomen: Leider, volger, stille kracht en expert. En in die rollen heb je elkaar altijd nodig om een goed team te zijn.

Maar deze rollen zijn ook zeer goed te gebruiken bij kinderen. Tijdens de training werden sjaaltjes gebruikt, waarbij de kleur aangaf welke rol je had. Als je dit tijdens de opkomst gebruikt, kunnen de kinderen ook wennen aan een dergelijke rol. Speel een douanespel en geef de kinderen van tevoren een dergelijk sjaaltje, of bij een speurtocht en niet altijd degene met de grootste mond mag het voortouw nemen.
Of zoals ik dat had, maak een tangram met je groepje.

Alles wat ik ooit geleerd heb, en het is een continu proces, pas ik weer toe in mijn werkzame leven. En andersom natuurlijk ook. Scouting vormt je, of je er nu een paar jaar of je hele leven bij zit.

Scouting is gewoon een mooie hobby, afwisselend, zeer leerzaam, actief en uitdagend.

Het is niet voor niets dat van de tweederde van de astronauten ooit scout zijn geweest.








maandag 24 augustus 2015

Voor "athletic children"...


De vakantiebestemming dit jaar was Noorwegen. En Noren zijn dol op wandelen, dus dat we veel zouden wandelen zat er wel in. Vorig jaar hadden we natuurlijk al wat geoefend in de Oostenrijkse alpen, dus konden we Noorwegen ook wel aan.

Een van de tochten werd beschreven in het boekje van de regio Rjukan waar we 4 nachten verbleven. De weg ernaar toe, via Oslo en vervolgens veel stuurwerk door bergachtig gebied, beloofde al veel. Rjukan staat bekend om zijn toegangspoort tot de Hardangervidda, om een oorlogsverleden en om de Gaustatoppen.
Onze camping was trouwens keurig. Nederlandse eigenaren, leuk speeltuintje, keurige voorzieningen. Ik had voor onze vakantie hutten gereserveerd en deze zag er ook prachtig uit. De kids voelden zich er op hun gemak, verkenden een snelstromende rivier, die gelukkig ijskoud was, dus ze waagden zich er met nog geen grote teen in en maakten contact met wat andere kampeerders.

Maar gewandeld moest er worden. Dus met een boekje van de receptie in de hand en de weersvoorspellingen op de smartphone ernaast, maakte ik een plan voor de 3 dagen die we daar zouden zijn. En ik dacht meteen: de mooiste doen we als eerste! Uitzicht over een zesde deel van Noorwegen werd me beloofd als ik bovenop de Gaustatoppen zou staan. Ik vroeg nog bij de receptie: kun je beter afdalen of stijgen? Nou, stijgen was wel een beter plan. Dus dat gingen we doen. Er stond wel bij dat het ook goed voor kinderen was, mits "athletic children". Met de ervaring van vorig jaar leek me dat goed te doen.

Met onze nieuwe regenjassen (die kun je daar veel beter kopen dan in Nederland), lunch, water en camera bepakt, stapten we in de auto. Via 5 haarspeldbochten kwamen we al een flink stuk hoger. De Gaustatoppen staken behoorlijk uit, maar eenmaal op de parkeerplaats zagen we ze niet meer.

Het begin was duidelijk gemarkeerd en mijn jongste zoon ging al snel voorop. Het pad werd gemarkeerd met rode T's. Duidelijker kon niet.

Maar al snel verdween het pad. De rode T's bleven, maar waren aan de overkant van een stroompje, of aan het einde van een berg rotsen. Soms kon je wel een pad zien als er veel mensen gelopen hadden, maar meestal was er gewoon niets. Geen struik, geen gras, beetje mos en alleen maar rotsen. Zo zag ik het natuurlijk. Niet de kinderen, die klommen en klauterden dat het een lieve lust was. Soms moest ik wel even helpen.

Maar op een gegeven moment was het op. De tocht duurde 2,5 uur en dat was gewoon best lang. Het grote motiveren begon. "Nee, we kunnen niet meer omkeren", "nog 5 minuutjes en dan stoppen we" tot het meer kribbige "als we steeds stoppen, komen we er nooit". Eten moest er dan in. En echt even stoppen. Mueslireep en water deed veel goed.
Het lastige was dat je ook maar steeds niet zag waar nu die top was, die zat om de hoek.
Maar toen we hem uiteindelijk wel zagen, op ongeveer 3 van de 4 kilometer, en het echt nog een pittig stukje omhoog was, was echt de fut eruit. En waar je als volwassenen nog wel ergens een reserve hebt, is dat bij kinderen niet.

Op een mooie steen genoten we van het uitzicht, ons broodje met Unox leverpastei en met Fred & Ed pasta. Dit was echt even wat ze nodig hadden. Batterij weer opladen door gewoon goed te eten.

En het werkte. De laatste kilometer was natuurlijk ook zwaar, maar als je doel in bereik is, gaat het toch gewoon beter. Bovenop trakteerden we onszelf op chocomel, ondertussen kijkend op heel veel omringende bergen en hoogvlaktes.
En wat mij altijd dan weer verbaasd, is de snelheid waarmee kinderen weer herstellen. Binnen een paar minuten hadden ze weer praatjes, verkenden ze de top en mijn dochter telde zelfs 247 traptreden op het laatste stukje.

Net zo spannend was overigens het tandradbaantje uit de jaren 50 dat dóór de berg naar beneden ging en waar je maar met maximaal 8 personen in kon. Maar het scheelde wel echt een dalafdaling.

Ik heb dus blijkbaar "athletic children". En daar ben ik best trots op.